Tekst 4 oktober 2018

Oefenen in niets-doen

 

Oefenen in niets doen. Het klinkt tegenstrijdig. Want als we oefenen zijn we bezig onze vaardigheden te vergroten, ergens beter of sneller in te worden. We proberen actief een doel te bereiken.

En niets doen impliceert nu juist dat we dit allemaal niet doen. Dat we onze doelen loslaten, dat we even niets hoeven te bereiken. Wat oefenen we dan als we oefenen in niets doen? En waarom?

 

Niets doen is een belangrijk element in de meditatiebeoefening. En tegelijkertijd lukt het ons maar zelden om ook daadwerkelijk niets te doen. We zitten op ons kussentje en voor we het weten zijn we meegesleurd in dagdromen en fantasieën, nemen de dag nog even door of maken alvast een boodschappenlijstje in ons hoofd. We hadden ons voorgenomen om deze keer echt te ontspannen en de meditatie is nog geen vijf minuten onderweg of alles doet al zeer, je benen tintelen en je zit te knikkebollen van de slaap. Je irriteert je aan jezelf, bedenkt je dat dat geen erg boeddhistische gedachte is, maakt je daar dan weer druk over en op het eind van de meditatie ben je tot de conclusie gekomen dat het ook deze keer helaas weer niet is gelukt om verlicht te raken.

 

Thich Nhat Hahn zegt in het boek Boeddha in lichaam en geest:

“Zitten en niets doen is niet erg makkelijk, want de vasana, de energie die in onze gewoonten zit, in dit geval de gewoonte om rond te blijven rennen, is vandaag de dag erg sterk – we hebben het gevoel dat we altijd iets moeten doen, en dat is een gewoonte geworden.”

 

En dharma leraar Cuong Lu tijdens een retraite:

 

“Wat bereik ik met meditatie?

-Niks

Wat moet ik doen met meditatie?

-Niks

Waarom moet ik dan zitten?

- Omdat het zo moeilijk is niets te doen”

 

En dat geldt niet alleen voor de formele beoefening.

Ook in ons dagelijks leven rennen we van hot naar haar, vinden we overal wat van, denken we dat het zus of zo hoort en moeten we van alles.

Niets doen wordt vaak geassocieerd met luiheid, apathie of geen verantwoordelijkheid nemen. Maar het  niets doen waar we het vanavond over gaan hebben is geen passieve staat van zijn. Het is een actieve vorm van niets-doen. Het is een manier van open gewaarzijn voor de voortdurend veranderende omstandigheden, een basaal vertrouwen in dat wat zich aandient zonder actief in te grijpen. Niets vasthouden en niets afwijzen.

Boeddhistische meditatie kent twee belangrijke elementen; Het eerste is stoppen of niets doen (shamata). Het tweede is inzicht (vipasyana). Pas als je gestopt bent verdwijnt de ruis en kun je diep in de dingen kijken zoals ze werkelijk zijn. En als je diep in de werkelijke aard van de dingen kan kijken ontwikkel je inzicht. Zo bezien is niets-doen een voorwaarde om tot inzicht te komen. En inzicht bevrijdt je van lijden.

Het niets doen waar wij het over hebben  staat dus niet synoniem met passiviteit.

 

Gampopa, grondlegger van de Tibetaans boeddhistische Kagyu school vertelt hieronder nog even treffend dat niets doen (hij noemt het niet-aandacht) niet verward moet worden met luiheid. Ook al doen we niets, we dienen vol aandacht bezig te blijven met (zelf)onderzoek.

 

Schenk geen aandacht of onderzoek niet;

laat de geest in zijn eigen sfeer...

Zie nergens fouten,

neem niets ter harte.

Haak niet naar tekenen van vooruitgang...

Hoewel hiervan gezegd kan worden dat het is wat bedoeld wordt met niet-aandacht,

val toch niet ten prooi aan luiheid;

wees aandachtig door voortdurend onderzoek te doen.

Gampopa – het juweel van bevrijding