Tekst 16 mei 2019

Wie ben ik?

 

Wie ben ik, wie denk ik dat ik ben?

Wie zie ik als ik in de spiegel kijken, écht in de spiegel kijk?

 

Of is het: wat zie ik?

 

Donderdagavond verdiepen we ons opnieuw in dit intrigerende onderwerp, mede aan de hand van het onderstaande prachtige gedicht van Thich Nhāt Hanh.


Noem me bij mijn ware namen

Noem me bij mijn ware namen

Zeg niet dat ik morgen ga

als zelfs vandaag nog komen moet.

 

Kijk naar me: elke seconde verschijn ik hier

om een knop aan een lentetak te zijn,

een vogel met nog tere vleugels

die in mijn nieuwe nest leert zingen,

om een rups te zijn in het hart van een bloem,

een juweel omgeven door gesteente.

 

Altijd nog kom ik om te lachen en te huilen,

te vrezen en te hopen.

Het ritme van mijn hart is het komen en gaan

van al wat leeft.

 

Ik ben de eendagsvlieg die van gedaante wisselt

op het water van de rivier.

En ik ben de vogel die een duikvlucht maakt

om de vlieg te verorberen.

 

Ik ben de kikker die vrolijk zwemt

in het heldere water van een vijver.

En ik ben de ringslang die stilletjes

zich voedt met de kikker.

 

Ik ben het kind in Afrika, vel over been,

mijn benen als dunne bamboe.

En ik ben de wapenkoopman,

die dodelijk wapentuig in Afrika verkoopt.

 

Ik ben het meisje van twaalf,

een bootvluchteling die zich in zee stort

na te zijn verkracht door een piraat.

En ik ben de piraat,

met een hart dat niet zien kan

niet liefhebben kan.

 

Ik ben lid van het regime

met macht in mijn handen.

En ik ben de man die zijn bloedschuld

aan zijn volk moet betalen

dat langzaam sterft in een werkkamp.

 

Mijn vreugde is als de lente, zo warm

dat de bloemen overal op aarde ontluiken.

Mijn pijn is als een rivier van tranen,

zo onmetelijk dat zij alle oceanen vult.

 

Noem me daarom bij mijn ware namen, alsjeblieft,

zodat ik al mijn huilen en lachen tezamen hoor,

zodat mijn vreugde en pijn één zijn.

 

Noem me bij mijn ware namen, alsjeblieft,

zodat ik kan ontwaken

en de deur van mijn hart open kan staan,

de deur van mededogen.