Tekst sangha-avond 27 september 2017

Voor de tweede sangha-avond gebruiken we de onderstaande tekst van Thich Nhãt Hanh (Thãy) over woede.

 

Hoe gaan we met boosheid om, met onze boosheid? Kunnen, durven, willen we erkennen dat we boos zijn, woedend zijn? Kunnen we onze boosheid, onze woede naast ons neerleggen?

 

De tekst is uit het boek van Thãy, 'Leren over Liefde'.

 

Een Brahman vroeg aan de Boeddha:

'Meester, is er iets dat we volgens u mogen doden?'

De Boeddha antwoordde: ' Ja, woede.'

 

"Alle wijzen zijn unaniem van mening dat woede de enige vijand is die je mag doden."

Dit antwoord maakte zo'n diepe indruk op de Brahmaan dat hij monnik werd in de Sangha van de Boeddha.

 

Toen de neef van de man in kwestie hoorde dat zijn neef monnik was geworden, kwam hij naar de Boeddha en vervloekte hem recht in zijn gezicht.

De Boeddha glimlachte alleen maar.

Dat maakte de man nog bozer en hij schreeuwde: 'Waarom reageert u niet?'

De Boeddha antwoordde: 

'Als iemand een geschenk weigert moet de gever het terugnemen.' 

Met boze woorden en daden doe je in de eerste plaats jezelf pijn.

 

+++++++

 

Hoe kan woede opkomen in wie geen woede in huis heeft?

Wie diepgaand kijken beoefent en zichzelf de baas wordt, vertoeft in vrede, vrijheid en veiligheid.

Wie een ander beledigt na zelf door hem beledigd te zijn, brengt zichzelf en de ander schade toe.

Wie zich gekwetst voelt maar de ander niet kwetst is de ware overwinnaar. 

Je beoefening en je overwinning zijn voor jullie beiden een weldaad.

Als je de wortels van de woede in jezelf en de ander begrijpt, geniet je waarachtige vrede, vreugde en lichtheid. 

Jij wordt de dokter die zichzelf en de ander geneest. 

Wie dit niet begrijpt denkt dat niet boos worden gekkenwerk is.